De historie van Psorinovo

De ontwikkeling van Psorinovo hebben we te danken aan onze arts, L. Kunst. 

Hij heeft heel veel tijd gestoken in het uitzoeken en uitwerken van de oorspronkelijke informatie van Schweckendieck en heeft met de hulp van apotheek Mierlo-Hout en apotheker Durlinger voor de realisatie, uiteindelijk "onze" medicatie Psorinovo ontwikkeld. 

In het nummer Psoriasis van de PVN, augustus 2016 is een interview met dokter Kunst geplaatst, genaamd "Op de bres voor Psorinovo", dit stuk over de historie is een aanvulling op dat artikel dat hier te vinden is. 
We zijn blij dat dr. Kunst de moeite genomen heeft om het hele traject van de ontwikkeling op papier te zetten. We laten hem dan ook hieronder aan het woord met:

 

De geschiedenis van Psorinovo

door L. Kunst, arts

In de zomer van 1981 las ik in een Duits medisch vakblad een interessant artikel getiteld: ‘Fumarsäure und Psoriasis’ van Walter Schweckendieck, arts in het uiterste zuiden van Beieren/Duitsland (EHK 8/1981: 613-621). Deze arts, oorspronkelijk een biochemicus, had op dat moment 23 jaar ervaring met een door hem ontwikkelde ‘fumaarzuurtherapie’. Als psoriasispatiënt had hij zichzelf en enkele familieleden op deze manier van de ziekte bevrijd.

Vooral de biochemische verklaring van het ontstaan van psoriasis en het werkingsprincipe van de fumaarzuurbehandeling, wekte mijn interesse. Niet alleen werd het belang van de voeding daarbij benadrukt, wat direct vertrouwenwekkend op mij -als natuurgeneeskundig arts- overkwam. Schweckendieck deelde o.a. ook mee dat hij bij psoriasispatiënten kunstmatige koorts had weten op te wekken met hoge doses fumaraat, m.a.w. dat er een relatie is tussen psoriasis en de mitochondriën in de huidcellen. Mitochondriën zijn namelijk de energiefabriekjes in cellen. Dat was iets volstrekt nieuws, want volgens de gangbare opvattingen toentertijd, was er geen verklaring voor het ontstaan van psoriasis. Behalve natuurlijk de dooddoener dat de oorzaak genetisch is. Ook nu nog zijn er diverse theorieën.

Tot dat moment behandelde ik psoriasispatiënten met voedingsadviezen, die min of meer vergelijkbaar zijn met wat tegenwoordig paleovoeding wordt genoemd. Slechts bij een beperkt deel van de psoriasispatiënten had dat succes, mede doordat het sowieso moeilijk is zich strikt aan een dieet te houden. Daarnaast kunnen of willen de meeste mensen het verband tussen voeding en hun huid niet begrijpen. Maar ook Schweckendieck adviseerde een dieet naast het gebruik van fumaraten. Ik was dus zeer geïnteresseerd om deze fumaraten bij mijn patiënten op de manier van Schweckendieck te kunnen toepassen.
Het lukte mij echter niet om in Nederland de grondstoffen voor deze receptuur te bemachtigen en er was ook geen apotheker te vinden die aan dit experiment wilde meewerken.

Drie jaar na het eerste artikel publiceerde Schweckendiek een tweede artikel in hetzelfde tijdschrift, waarin hij uitvoerig uiteenzette dat psoriasis een stofwisselingsziekte is en hoe fumaraat dit probleem corrigeert. Uiteraard een hypothese, maar wel één, zo leek het mij, die hout snijdt. Uiteindelijk vond ik een apotheek in Helmond waar op mijn verzoek capsules werden samengesteld met daarin mengsels van diverse fumaraten, geheel volgens de aanwijzingen van Schweckendieck. Toen deze door psoriasispatiënten werden gebruikt, bleek al spoedig dat dit inderdaad een effectieve behandeling was. Bovendien kon ik met een minutieus onderzoek bij een 20-tal psoriasispatiënten bevestigen dat de lichaamstemperatuur van psoriasispatiënten inderdaad omhoog gaat als ze fumaraat gebruiken. Dat verschijnsel berust op een stimulatie van de welbekende Krebs-cyclus, ook wel citroenzuurcyclus genoemd, die verklaart hoe ons lichaam energie opwekt.

Inmiddels was ik wat in verwarring geraakt door de ingewikkelde samenstelling van de capsules en vroeg ik mij af waarom die zo ingewikkeld moest zijn. Behalve dimethylfumaraat bevatte het voorschrift nog monoethylfumaraat plus vijf metaalzouten van fumaarzuur (ijzer-, koper-, mangaan-, magnesium-, en calciumfumaraat) en dat was nog niet eens alles. Het heeft veel overredingskracht gekost om de apotheker zo ver te krijgen dat hij die ingewikkelde capsules wilde samenstellen, die bovendien duur werden doordat hij al die kostbare grondstoffen in een grootverpakking moest aankopen terwijl de afname van het eindproduct nog zeer beperkt was. Tegenwoordig zou dat volstrekt onmogelijk zijn; geen apotheker is nog te vinden die daar in deze tijd aan begint.

Om wijzer te worden wat betreft die ingewikkelde samenstelling van het preparaat, informeerde ik bij Schweckendieck persoonlijk of de receptuur niet eenvoudiger kon. Uit zijn antwoorden concludeerde ik dat de ingewikkelde samenstelling ten doel had om te voorkomen dat Jan en alleman zijn therapie kon imiteren. Immers de fumaraten zijn niet octrooieerbaar; een economisch motief dus. De middelen waren nergens anders dan bij deze collega verkrijgbaar en het was uiteraard uitgesloten dat ik mijn patiënten kon behandelen met middelen die ik bij hem zou betrekken. Dat alles overwegende ging ik aan de slag om de eenvoudigste oplossing te vinden, daarbij geholpen door de onlangs overleden Frans Durlinger, apotheker in Helmond.

Niet lang daarna hield de Zuid-Duitse arts Schäfer in het Westeindeziekenhuis te Den Haag een lezing over de fumaraatbehandeling, die behalve door mij en een bevriende collega, druk bezocht werd door Nederlandse dermatologen. Uit de reacties in de zaal bleek echter al spoedig dat men geen hoge pet op had van de fumaraatbehandeling, vooral niet toen tijdens de discussie bleek dat Schäfer geen specialist of dermatoloog was. Natuurlijk wilde Schäfer graag dat Nederlandse dermatologen hun patiënten naar zijn kliniek Beau Réveil in het Zwitserse Leysin zouden verwijzen, maar zijn uitnodiging om een bezoek te brengen aan zijn kliniek ontmoette weinig enthousiasme in de zaal. Dat weerhield mij en mijn collega er niet van om wél een afspraak met Schäfer te maken en kort daarna bevonden we ons aan het meer van Genève.

Ook Schäfer bleek een combinatie van fumaraten te gebruiken die overeenkomt met een later in Duitsland voorgeschreven preparaat, dat zowel dimethylfumaraat (DMF) als mono-ethylfumaraat (MEF) bevat. Een combinatie die ook nu nog door dermatologen in Nederland wordt voorgeschreven, maar voornamelijk in Duitsland waar het zelfs is geregistreerd onder de naam Fumaderm®. Daar zijn vraagtekens bij te zetten, want het is al lang geleden wetenschappelijk vastgesteld dat MEF géén zelfstandige antipsoriasiswerking heeft en dat het bovendien soms tot nierbeschadiging leidt. Dat laatste is niet het geval bij het gebruik van DMF.

[Uit het proefschrift van Nicole H.H. Litjens (2004) over de werking van fumaraten bij psoriasis blijkt dat met name monomethylfumaraat (MMF) de werkzame stof is waardoor psoriasis verdwijnt. Dit MMF ontstaat in de dunne darm door demethylering van DMF. Voorschrijven van MEF is dus zowel overbodig als obsoleet.]

Door een gelukkig toeval was één van de succesvolle eerste psoriasispatiënten die op de nieuwe manier door mij was behandeld, redactielid van een populair damesblad, met het gevolg dat er al snel landelijke bekendheid voor de therapie kwam en zich in mijn praktijk grote aantallen psoriasispatiënten meldden. Dat bracht mij op het idee om van deze gelegenheid gebruik te maken door een wetenschappelijk onderzoek op te starten.
Zodoende was ik in staat om in het voorjaar van 1985 als eerste Nederlandse arts een eigen onderzoek te publiceren bij 100 psoriasispatiënten.

De receptuur volgens Schweckendieck was om bovengenoemde redenen inmiddels sterk vereenvoudigd. Het was ook duidelijk geworden dat de behandeling soms bijwerkingen tot gevolg heeft, voornamelijk maag/darmklachten en afwijkingen in het bloed. Een deel van de onderzochte patiënten werd daarom behandeld met de combinatie van Schäfer (MEF+DMF), een deel met alleen DMF. Dat laatste bleek evengoed te werken als het eerste en op grond van de uitslagen van bloedonderzoek bij de patiënten was mijn voorzichtige conclusie in het gepubliceerde onderzoek dat MEF meer bijwerkingen tot gevolg heeft dan DMF. Ook maakte ik bekend dat gebleken was dat het verstandig is om fumaraten niet continu te gebruiken maar met onderbrekingen. Hiermee kunnen de ongewenste afwijkingen van het bloedbeeld en andere bijwerkingen grotendeels worden voorkomen.

Samengevat bleken de resultaten van dit onderzoek als volgt: bij 16% der patiënten verdwijnen alle psoriasissymptomen; 54% der patiënten verbetert aanzienlijk; 15% verbetert in beperkte mate en 15% verbetert niet. Het onderzoek werd gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde nr.7, Mei 1985. Twee maanden tevoren publiceerde dermatoloog prof. E. van Dijk een artikel (Ned Tijdschr Geneeskd 1985;129;nr11:485-486) gebaseerd op een door hem gehouden tevredenheids enquête onder 30 psoriasispatiënten die in Leysin behandeld waren door Schäfer: 13% bleek buitengewoon tevreden, 73% matig tevreden, 14% was ontevreden òf omdat de therapie niet werkte, of wegens ongewenste bijwerkingen. Ongeveer vergelijkbare percentages.

Inmiddels begonnen in Nederland enkele dermatologen psoriasispatiënten met de combinatie DMF/MEF (Fumaderm®) te behandelen met uiteenlopende resultaten. De verbeteringspercentages waren lager dan de in mijn onderzoek gepubliceerde en de incidentie van bijwerkingen was duidelijk hoger. Het is van belang om hierbij te vermelden, dat geen enkele dermatoloog de behandeling combineerde met voedingsadviezen en dat is nog steeds niet het geval. Al met al werd in dermatologische kring geen of weinig enthousiasme getoond voor de behandeling met DMF, zoals prof. dr. P.C.M. van de Kerkhof op 31 oktober 2015 in zijn speech memoreerde op het congres van de PVN in Papendal. “Inmiddels is mijn aanvankelijke scepsis 180 graden omgeslagen”, zo gaf hij ruiterlijk toe.

Omdat voorschrijfgedrag van dermatologen er in de negentiger jaren op wees dat er nauwelijks belangstelling was voor deze therapie, besloot ik 14 jaar na mijn eerste publicatie, nogmaals een artikel te wijden aan DMF bij psoriasis. Zelf had ik inmiddels zo’n 1.500 psoriasispatiënten behandeld met Psorinovo. Deze nieuwe naam voor DMF was door mij gekozen om duidelijk onderscheid te kunnen maken met anders samengestelde fumaraten die inmiddels op de markt waren. Psorinovo onderscheidt zich doordat het uitsluitend DMF bevat en doordat het bovendien zó geproduceerd is dat de tabletten de maag onveranderd passeren, waarna de werkzame stof vervolgens uiterst langzaam in de dunne darm vrij komt. DMF is een uiterst irriterende stof voor slijmvliezen. Daardoor kan het gemakkelijk irritatie van maag en darmen veroorzaken, met buikpijn en zelfs bloederige diarree tot gevolg. De combinatie van bijzondere eigenschappen in Psorinovo voorkomt deze ellende zo goed als geheel.

Toen ik in 2001 mijn praktijk als natuurgeneeskundig arts in Gorinchem beëindigde, droeg ik al mijn psoriasispatiënten over aan dr. F.P.L van Loon, internist te Utrecht en tegelijk met dit afscheid richtte ik met een aantal patiënten de patiëntenvereniging PSORINOVO op, die de doelstelling heeft om Psorinovo een officiële erkenning te verschaffen. Omdat dr. Van Loon het in de daaropvolgende jaren zo druk kreeg met de psoriasisbehandeling, werd het in 2007 noodzakelijk om met een dertiental natuurgeneeskundige artsen een werkgroep op te richten. Vanaf dat moment was er onder mijn voorzitterschap een netwerk van artsen verspreid over het hele land waar psoriasispatiënten terecht konden die een Psorinovo behandeling wensten.

Door deze ontwikkeling werd het mogelijk om een onderzoek te doen in de vorm van een internet enquête naar het resultaat van de Psorinovo behandeling in dertien verschillende arts-praktijken. Het resultaat van dit onderzoek werd op de jaarvergadering van de patiëntenvereniging op 19 april 2008 gepresenteerd. Iedere deelnemende arts werd eind 2007 gevraagd om 20-25 e-mailadressen van patiënten te leveren die in 2007 in behandeling waren gekomen (de prospectieve groep), daarnaast een onbeperkt aantal e-mailadressen van patiënten die al langer in behandeling waren (de retrospectieve groep).

Op grond van deze informatie werd aan 398 patiënten de vragenlijst voorgelegd. In 41 gevallen kwam de e-mail onmiddellijk terug omdat het e-mailadres niet meer klopte en in 36 gevallen werd de e-mail niet beantwoord. In één geval was het antwoord onbruikbaar. Van 320 patiënten werd wél antwoord ontvangen. 220 van hen kwamen in 2007 voor het eerst in behandeling (de prospectieve groep), 100 patiënten waren al langer onder behandeling, de retrospectieve groep. De onbewerkte onderzoeksresultaten zijn in een notariële kluis opgeslagen met het oog op een eventueel later te verrichten wetenschappelijke evaluatie.

De beoordeling van het verbeteringspercentage werd aan de patiënt zelf overgelaten, aangezien dit bij psoriasis relatief gemakkelijk is. Met dit criterium als uitgangspunt bleek een Psorinovo behandeling in 49% der gevallen tot een verbetering van meer dan 90% te leiden en in 33% van de gevallen tot een aanzienlijke verbetering. Het percentage patiënten dat stopt met de behandeling wegens bijwerkingen bedraagt 5%. De hier vermelde percentages zijn aan de voorzichtige kant omdat een deel der patiënten nog te kort in behandeling was om van een eindresultaat te spreken ten tijde van de enquête.

Het uitvalpercentage bij de patiënten van dit onderzoek ligt daarmee aanzienlijk beneden het percentage (84%) volgens het onderzoek van Nieboer met de ‘gewone DMF behandeling’ (Nieboer C et al. Systemic therapy with fumaric acid and derivates. J Am Acad Dermatol 1989;20(4):601-8). Deze auteur vond bij slechts 32% der patiënten een opmerkelijke verbetering, bij 21% een matige verbetering en bij 47% geen verbetering. Mijn verklaring voor dit verschil is a) het klinisch verschil tussen gewoon DMF en DMF slow release (Psorinovo) en b) dat Nieboer naast het voorschrijven van DMF geen voedingsadvies verstrekte, wat al vanaf Schweckendieck tot heden het geval is geweest bij artsen die daar oog voor hebben.

Deze combinatiebehandeling werd sinds 2007 meer en meer door psoriasispatiënten verkozen en ook meer en meer door zorgverzekeraars vergoed. Echter, daar kwam een plotseling eind aan in 2011. De vereniging van dermatologen, die met lede ogen zag wat er gebeurde, namelijk dat steeds meer psoriasispatiënten overliepen naar artsen van onze psoriasiswerkgroep, heeft de zorgverzekeraars weten over te halen om hun beleid zodanig te veranderen dat vanaf dat moment de fumaraatbehandeling alleen nog vergoed zou worden als die door een dermatoloog werd voorgeschreven. Om financiële redenen waren veel patiënten vervolgens genoodzaakt terug te gaan naar de dermatologen. Zodoende konden zij niet meer doorgaan met Psorinovo; dat middel werd hen niet meer voorgeschreven. Daarbij speelt het een rol dat Psorinovo niet RVG geregistreerd is en dus geen onderdeel is van het bestaande behandelingsprotocol. Dat is nog steeds de situatie.

Het bestuur van de patiëntenvereniging PSORINOVO blijft desalniettemin vertrouwen dat het een keer goed komt en dat het gezonde verstand uiteindelijk triomfeert, zodat alle psoriasispatiënten in Nederland tenslotte de mogelijkheid hebben om dit goedkope en effectieve middel te krijgen en vergoed te krijgen. Omdat gebleken is dat een dieet bij deze therapie van belang is, verdient het aanbeveling om de natuurgeneeskundige artsen die in deze therapie zijn nageschoold, opnieuw in te schakelen. Zij weten welke voedingsadviezen aan psoriasispatiënten gegeven moeten worden en nemen de tijd hun patiënten daarbij te ondersteunen.

 

Afdrukken E-mail